Over het hoge percentages publicaties voortkomend uit de ICS-vergadering (ref: Linda Cardozo, King's College Hospital.)
Uitgegeven: 12-01-2007
![]() | Prof.dr. Ph.E.V. van Kerrebroeck Uroloog Academisch Ziekenhuis Maastricht, Maastricht |
|
Over de woelige ICS-wateren, cq de de 36ste jaarvergadering van de International Continence Society in Christchurch (Nieuw-Zeeland), heeft u op onze WebSite reeds iets kunnen lezen in de bijdrage van collega Mark Vierhout, UMC St. Raboud Nijmegen. Ik zal wat dieper ingaan op het uitgebreide wetenschappelijk programma. Eerst enkele algemene opmerkingen. Nadat enkele jaren gelden de (terechte) kritiek geuit werd, dat op de ICS-vergaderingen vooral de basale wetenschap aan bod kwam en er derhalve minder te beleven viel voor de clinici, werden de selectie en de specifieke onderwerpen uitgebreid en werden meer presentaties betreffende de resultaten van klinisch wetenschappelijk onderzoek aanvaard. Dit was ook dit jaar ruimschoots het geval. Er was dus voor elk wat wils, waarbij ook de verschillende disciplines vrij evenwichtig aan bod kwamen en er een goede mix was tussen basale wetenschap en meer klinisch getinte verhalen of posters. De volgende sessies vonden plaats: · Pregnancy & Childbirth · ICS controversies · Pelvic Floor Function & Dysfunction · Male LUTS &Physiology · Reconstructive Pelvic Floor Surgery · Basic Physiology · Surgery for Stress Incontinence in Women · Quality of Life · Basic Pharmacology · Conservative Management and Outcomes · Clinical Pharmacology · Imaging and Urodynamics · Neurophysiology · Overactive Bladder – Basic Science and Clinical Practice · Sex in the Afternoon In deze sessies werden in totaal 136 presentaties gehouden (orale presentaties dan wel posters en de bespreking ervan). Uiteindelijk werden vier abstracts uit Nederlandse centra aanvaard en gepresenteerd. Het is onmogelijk om al deze presentaties te bespreken maar de abstracts zijn gepubliceerd in NeuroUrology & Urodynamics , vol 25, nummer 6, 2006 en ook in te zien op de website van de ICS (www.icsoffice.org). Globaal gesproken was de kwaliteit van het uitgevoerde onderzoek en tevens van de presentaties zeer goed. Dit heeft wellicht te maken met de extreem strenge selectie door het wetenschappelijk comité. Slechts ongeveer 15% van wat aangeboden wordt bereikt uiteindelijk het podium en wordt in de verschillende sessies onderworpen aan de kritische , soms zeer kritische commentaar van de deelnemers. Vaak leidt dit tot zeer geanimeerde, maar uiterst ernstige discussies. Wel wordt een gedeelte van het overgebleven materiaal als Read by Title aanvaard. De Nederlandse bijdrage werd hoog gewaardeerd. Rosier et al uit het UMC Utrecht presenteerden een kritische analyse op basis van een prospectieve studie naar de waarde van de definitie “Urgency” zoals door de ICS voorgesteld in het Terminologie Standaardisatie Rapport (2002). Oelke et al uit het AMC in Amsterdam rapporteerden over de cut-off waarde van de detrusor-dikte in het kader van de classificatie van patiënten met een outflow-obstructie. De Jongh et al uit het azM Maastricht berichtten over hun onderzoek naar de rol van het lipiden-peroxidase-produkt 4-Hydroxynonenal bij de beschadiging van het gladde spierweefsel in de blaas. De Jong et al uit de EU Rotterdam hadden een belangrijke presentatie in de podium sessie “Sex in the afternoon”. In tegenstelling tot wat sommigen wellicht gedacht hadden, was dit geen workshop met praktische oefeningen en demonstraties maar wel degelijk een wetenschappelijke sessie. Hun presentatie ging over de seksuele functie voor en vaginale prolaps en de invloed hiervan op de kwaliteit van leven. Een heel merkwaardige maar zeer interessante en belangwekkende presentatie kwam vanuit de groep rond Linda Cardozo uit het King’s College Hospital. Rufus Cartwright zocht op hoeveel van de presentaties van het ICS congres in Florence (2003) uiteindelijk gepubliceerd werden in peer reviewed tijdschriften. Eerdere analyses van andere congressen toonden aan dat het publicatie percentage varieert tussen 11% en 78%. Van de abstracts aanvaard voor het ICS van 2003 was in februari 2006 61,6% gepubliceerd en 17,4 was nog in de fase van aanbieding bij een tijdschrift. Dit is dus veel hoger dan de AUA (37,8%), BAUS (42%). Het hoge percentage publicaties voortkomend uit de ICS vergadering is een aanwijzing voor de excellente wetenschappelijk waarde van het gepresenteerde materiaal. Dit was ook in 2006 opnieuw het geval. Dit jaar, 2007, vindt het ICS-congres in Rotterdam plaats en wel van 20 tot en met 24 augustus 2007 (De Doelen congrescentrum). Dit is dus een prachtige kans voor onze Nederlandse collegae, leden of geen leden (zij kunnen heel eenvoudig lid worden!!!) van de ICS om hun wetenschappelijk materiaal op het gebied van functie en dysfunctie van de urinewegen voor deze bijeenkomst aan te bieden. Tot op het ICS congres in Rotterdam! Laatste berichten van auteur(s)
Laatste congresverslagen van auteur(s) |

